Literatuur en film: het andere scenario
Onlangs verschenen
Oké, geef de popcorn maar door
Dirk van Bastelaere
De ‘novellisatie’ is een literair genre dat een ‘vertaling’ in romanvorm van een originele film of een origineel scenario aanbiedt. Een novellisatie werkt dus in tegengestelde zin van een adaptatie, waarbij een film vertrekt vanuit een literaire bron. In tegenstelling tot wat velen denken gaat het hier om een genre dat even oud is als de cinema zelf en een zeer grote diversiteit vertoont: van commerciële pulp tot hoog literair experiment. Hoewel in het Nederlandse taalgebied nog niet zo veel novellisaties verschijnen, zou de toenemende vermenging van woord en beeld in het boekenbedrijf (neem de opkomst van de graphic novel) best eens kunnen leiden tot meer ‘boeken van de film’. Jan Baetens en Arnoud van Adrichem geven het genre in ieder geval graag een duwtje en stelden het dossier ‘Literatuur en film: het andere scenario’ samen.
Allereerst geven zij het woord aan Sjef Houppermans. Hij schrijft over de
klassieker Cinéma (1999) van Tanguy Viel. Peter Verstraten essayeert vervolgens over de novellisatie van Paul Verhoevens
Zwartboek (2006) en diens biografie
Jezus van Nazaret (2008). Jan Baetens gaat op zoek naar de ware auteur van de wel heel bizarre novellisatie
J’irai cracher sur vos tombes (1946). Thomas
Van Parys werpt een kritische blik op de Hollywoodnovellisatie. Voorts belicht Karel Vanhaesebrouck
Belderbos, de novellisatie van het eerste seizoen van
Kapitein Zeppos. Heidi Peeters onderzoekt het schimmige genre van de ‘fanfictie’ in Nederland en Vlaanderen.
Uiteraard biedt dit dossier ook enkele voorbeelden van novellisaties.
Han van der Vegt vertaalt een fragment uit
Men in the Off Hours (2000) van Anne Carson, waarin de auteur de rol van Catherine Deneuve speelt. Jan Baetens vertaalt een hoofdstuk uit
Le cinéma des familles (1999) van Pierre Alferi, die een wel zeer radicale bewerking maakte van Charles Laughtons film
The Night of the Hunter (1955). Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes novelliseren een scène uit
Ulysses (1967) van Joseph Strick. Alfred Schaffer waagt zich ten
slotte aan een verdichting van
Keane (2004) van Lodge Kerrigan.
De tekeningen in dit dossier zijn van de hand van Frédéric Coché, die op verzoek van de samenstellers een selectie maakte uit zijn graphic novel
Vie et mort du héros triomphante (2005).
Buiten het dossier treft u een essay van Lucas Hüsgen waarin hij op zoek
gaat naar duistere tendensen in de grensstreek en belandt bij Geert Wilders.
Laurens Ham besluit deze
Parmentier met een bespreking van Ton van ’t Hofs
Flarf, een bloemlezing (2009).
NB: Vertegenwoordigers van
DW B, nY, Parmentier en het ter ziele gegane
Raster lanceerden onlangs het platform voor literaire kritiek
De Reactor:
www.dereactor.org